Beleidsdocument Dyslexie

 
 
  1. Wat is dyslexie 
 
Volgens de “Stichting Dyslexie Nederland, 2008” : “Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau.
Onze school houdt rekening met deze kenmerken van dyslexie:
  1. Automatiseringsproblemen bij onthouden, inprenten, woordvinding, lezen en spellen.
  2. Deze problemen zijn moeilijk te behandelen en verdwijnen nooit helemaal.
  3. Naarmate het kind ouder wordt is er een accentverschuiving in de problemen van lezen naar spellen.
  4. Bij dyslectische leerlingen wordt heel vaak dyslexie in de familie aangetroffen.
  5. De problemen zijn niet te herleiden tot andere problemen of stoornissen.
 
 
  1. Van signaleren tot individueel handelingsplan cq subgroepsplan: de procedures binnen onze school
 
Wij hanteren op onze school een zorgstructuur. Hierin staat de gang van zaken uitgewerkt rond alle aspecten van onze leerlingenzorg. Het is een onderdeel van ons schoolplan. We onderscheiden in de zorgstructuur verschillende lagen. Een beschrijving daarvan is te vinden in het algemeen gedeelte van het zorgplan.
 
Wat betreft het opmerken van mogelijke signalen van (latere) dyslexie is ons beleid als volgt. Alle leerkrachten zijn bekend met signalen die kunnen wijzen op (het ontstaan van) leesproblemen of dyslexie. Zodra een leerkracht iets opvalt aan het gedrag of de werkjes van een kind kan hij of zij gedurende een periode van enkele weken meer gericht gaan observeren.(bv observatie van het leesgedrag tijdens de hommel- of de stilleesles, controle van het aantal gelezen boeken en/ of deze leeftijdsadequaat zijn) . Als er duidelijk sprake lijkt te zijn van signalen besluit de leerkracht het kind extra te begeleiden. Er is dan sprake van hulp in laag 1 of 2 van de zorgstructuur.(Zie: “criteria voor de indeling van de leerlingen in lagen bij aanvankelijk en voortgezet lezen” bij methodiek List).  De groepsleerkrachten zijn in staat om deze hulp zelfstandig op te zetten en uit te voeren. Eventueel wordt een collega geconsulteerd. Als bij de volgende toetsperiode blijkt (zie toetskalender) blijkt dat de problemen dieper liggen wordt de leerling ingebracht bij de IB-er. Tevens worden de ouders op de hoogte gesteld. We zijn dan in laag 2 of 3 van de zorgstructuur terechtgekomen. De IB-er kan verschillende stappen ondernemen:
 
  • Een uitvoerig intakegesprek met de ouders om zoveel mogelijk achtergrond informatie te verzamelen en de visie van de ouders te vernemen.
  • Observaties in de klas.
  • Individueel onderzoek door de IB-er c.q. dyslexiespecialist.
  • Adviezen geven aan de groepsleerkracht (de hulp blijft vooralsnog in laag 1).
  • Een individueel handelingsplan c.q. subgroepsplan opstellen.
 
 
  1. Samenwerking met ouders en externe instanties bij signalering en onderzoek
 
Onze school gaat uit van een gedeelde verantwoordelijkheid wat betreft de leerlingenzorg. In dat kader is samenwerking en informatie-uitwisseling met de ouders onmisbaar.
Onze school hanteert in dit kader de volgende middelen en uitgangspunten:
 
  • Een vragenlijst bij schoolintrede.
  • De ouders worden op de hoogte gebracht bij het opnemen van hun kind in een subgroepsplan cq individueel handelingsplan (laag 2  of 3 in de zorgstructuur)
  • Zij krijgen informatie, tips en eventueel verwijzingen naar externe instantie.
  • Met de ouders vindt een uitvoerig intakegesprek plaats wanneer hun kind wordt aangemeld voor een intern onderzoek door de dyslexiespecialist op school. De informatie van de ouders over de achtergronden van hun kind worden beschouwd als een onmisbaar onderdeel van het diagnostisch onderzoek.
  • Hetzelfde geldt bij een mogelijke aanmelding voor een extern onderzoek. In beide gevallen is formele toestemming van de ouders nodig.
  • De ouders wordt actieve medewerking gevraagd bij de uitvoering van een handelingsplan.
  • Met de ouders vinden regelmatige evaluatiegesprekken plaats met betrekking tot de voortgang van het plan.
  • Met externe instanties zoals onderzoeksbureaus, samenwerkingsverbanden, zelfstandig gevestigde remedial teachers, logopedisten e.d. wordt regelmatig overlegd om een goede afstemming te bewerkstelligen.
  • School blijft echter verantwoordelijk voor de begeleiding en voert dus ook een regiefunctie hierin.
De adviezen en aanbevelingen van externen moeten natuurlijk te realiseren zijn binnen de school en specifieke klassencontext.
  • De school werkt  ook met verschillende instanties samen op het gebied van advies, coaching, consultatie en deskundigheidsbevordering.
  • Gegevens van onderzoeken, verslagen van gesprekken, plan van aanpak etc. worden vastgelegd in een persoonlijk digitaal dossier van de leerling. (Eduscope)
 
  1. Criteria voor signalering en (vermoeden van) dyslexie
 
  1. Algemene werkwijze bij signaleren
Op onze school gaan we in de eerste plaats uit van het vakmanschap en de kennis van de groepsleerkrachten. Zíj gaan dagelijks met de kinderen om, zien hun werkjes en kunnen tal van waarnemingen verzamelen. Wij zien het leerlingvolgsysteem meer als een onderbouwing achteraf dan een criterium waarop wij moeten wachten. Wij proberen vroegtijdig te signaleren, bij voorkeur in groep 1-2-3-4.
 
De volgorde bij het signaleren is op onze school:
1.   Gegevens uit intake bij schoolintrede.
2.   Observaties in de klas met betrekking tot werkhouding, leerbaarheid, onthouden, automatiseren, interesse in activiteiten die met taal, geletterdheid en lezen te maken hebben.
3.   Analyses van gemaakte werkjes.
4.   Analyses van leesobservatielijsten en methode gebonden toetsen.(zie bijlages bij dit document. Bijlage 1: checklijst groep 1-2 , bijlage 2: leesbeeldenoverzicht.)
5.   Analyses van toetsen uit het leerlingvolgsysteem.
 
     2. Signalen in groep 1-2
In groep 1 en 2 is dyslexie nog niet vast te stellen. Wel kunnen er signalen zijn die kunnen wijzen op toekomstige leesproblemen.
 
  • Zwakke mondelinge taalvaardigheid (woordenschat, mondeling taalgebruik zoals zinsbouw, woordvinding).
  • Weinig belangstelling voor activiteiten rond beginnende geletterdheid: weinig letters onthouden (minder dan 8 letters eind groep 2), niet vaak uit zichzelf krabbels maken, ‘schrijven’ bij een tekening e.d.
  • Problemen met het snel ophalen en benoemen van eenvoudige informatie zoals namen van kleuren en cijfers, namen van kinderen in de klas, dagen van de week. Kortom: informatie waarover kinderen van die leeftijd en dat ontwikkelingsniveau meestal beschikken.
Moeite met aandacht voor gesproken informatie (instructies opnemen) en concentratie in de kring.
  • Zwak in rijmen (en zwak in fonologische vaardigheden als klankpositie bepalen en auditieve synthese).
  • Moeite hebben met het aanleren van ruimtelijke begrippen, zoals de begrippen 'links' en 'rechts' .
 
Niet alle kinderen met deze problemen ontwikkelen echter dyslexie. Een vertraagde spraak-taalontwikkeling en dyslexie in de familie heeft wel een voorspellende waarde.
 
3. Signalen voor dyslexie in groep 3
  • Lang doorgaan met spellend lezen of beginnen met radend lezen.
  • Moeite met aandacht voor gesproken informatie (instructies opnemen) en concentratie op werk.
  • Matige tot zwakke toetsresultaten.
  • Moeite om verschil te zien tussen bijvoorbeeld p en q, b en d, en met volgorde in woorden (zodat omkeringen en weglatingen het gevolg zijn).
  • Moeite met het lezen van nieuwe woorden (die dus niet zijn ingeslepen).
  • Langdurig moeite met bepaalde letters. Problemen met de tweetekenklanken (ei, ou e.d.) en met klankclusters (ng, nk, eer, oor e.d.)
  • Moeite met het inprenten van reeksen (bijv. tafels), met het onthouden van woordcombinaties, uitdrukkingen en gezegdes.
  • Zwak in auditieve vaardigheden en het onthouden van klank-tekenkoppelingen.
 
 
4. Signalen voor dyslexie in groep 4
  • Een (te) laag leesniveau begin groep 4 (< AVI-E3).
  • Een hekel hebben aan hardop lezen.
  • Lang doorgaan met spellend lezen.
  • Neiging tot radend lezen.
  • Vaak struikelen bij het lezen, vaak een woord overslaan, delen van woorden weglaten, woorden die hetzelfde klinken door elkaar halen.
  • Het lezen van tekst gaat meestal beter dan het lezen van woordrijen (AVI - DMT).
  • Er is vaak een groeiend verschil tussen het technisch leesvermogen en het vermogen een verhaal te begrijpen. Vaak kunnen kinderen ‘veel beter ‘stillezen dan hardop.
 
 
5. Signalen in groep 5 tot en met 8
In de bovenbouw van de basisschool is het leesonderwijs gericht op verdere automatisering van het lezen, steeds moeilijker woorden herkennend lezen en steeds zelfstandiger door middel van lezen informatie op te laten doen en hun kennis uit te breiden.
 
 
Signalen van dyslexie in groep 5-8 zijn:
  • Een toenemende weerstand tegen leestaken
  • Moeten van buitenaf gemotiveerd gemaakt worden om boeken te lezen.
  • Discrepantie tussen begrijpend lezen en technisch lezen met name bij het lezen van losse woorden. (DMT)
  • Vaak struikelen bij het voordracht lezen (hardop lezen), vaak een woord overslaan, delen van woorden weglaten, woorden die hetzelfde klinken door elkaar halen.
  • Faalangst
Deze kenmerken vallen op bij:
a)   Het hardop lezen.
b)   Spellen.
c)   Het schrijven van teksten en het maken van een planning voor grotere werkstukken.
d)   Taken die te maken hebben met snel benoemen of de belasting van het korte termijn geheugen (ook bijv. bij hoofdrekenen).
 
  1. Basisvoorzieningen in onze school:
     reguliere methoden, speciale methoden, specifieke ondersteuning en compenserende hulpmiddelen
 
Hulp bij dyslexie is niet principieel anders dan hulp aan andere zwakke lezers. Er wordt in de eerste plaats gewerkt met de voorzieningen die onze reguliere taal-, lees- en spellingmethoden bieden. Zo werken we t.a.v. het lezen met het List leesproject ter verbetering van het lezen binnen de gehele school. List is een totaalaanpak die zowel preventief als curatief werkt met gebruikmaking van Evidence Based methodieken. Naast de reguliere leesactiviteiten kunnen kinderen in aanmerking komen voor intensievere begeleiding. Binnen List worden kinderen daarvoor ingedeeld in de verschillende lagen. De indeling vindt plaats op basis van Cito toetsen en toetsen uit het List programma maar ook op basis van observatie en registratie van aanpakgedrag bij het lezen, de gebruikte strategieën door het kind en de motivatie van het lezen en schrijven.
Bij de begeleiding die hoort bij de indeling in een bepaalde laag wordt gebruik gemaakt van speciale methodieken, Evidence Based en bestemd voor dyslectische kinderen:
  • Het lezen in duo’s of met  een tutor (meest zware ondersteuning) in de Hardop (Hommel) leesgroep.(tot en met beheersingsniveau AVI M4)
  • Het Connect programma uit: Dyslectische kinderen leren lezen (Smits en Braams, 2006) tot AVI niveau M3
  • Het Ralfi programma uit: Dyslectische kinderen leren lezen (Smits en Braams, 2006) vanaf AVI niveau M3
  •  Het Ralfi light programma: uit Dyslectische kinderen leren lezen (Smits en Braams, 2006)
Deze methodieken worden ingezet bovenop de reguliere leeslessen en betekent dus ook een uitbreiding van leertijd voor deze kinderen.
 
Een zeer belangrijk aspect binnen List lezen:
Kinderen mogen (vrij) lezen op een zo hoog mogelijk AVI niveau, voor zover het begrip dit toelaat. Ze mogen zelf kiezen en er wordt veel aandacht besteed aan leesbevordering, het leesrepertoire in de klassenbieb is zeer uitgebreid.
 
 
De school beschikt verder over leesboeken voor kinderen met bovengenoemde specifieke onderwijsbehoeftes zoals:
  • Boeken met meeleesprogramma’s
  • “Makkelijk Lezen” boeken.
  • Serieboeken bestemd voor leeszwakke kinderen.
  • Serieboeken met teksten voor tutor en duolezen.
 
De volgende specifieke ondersteuning en/of compenserende hulpmiddelen kunnen desgewenst ingezet worden bij de diverse vakgebieden:
 
Begrijpend lezen, taalopdrachten en de zaakvakken: aandachtspunten voor de begeleiding:
De leerkracht:
  • Bereidt teksten voor met de leerlingen door bijvoorbeeld: de tekst samen te vatten, moeilijke woorden uit te leggen, de tekst extra te oefenen.
  • Zorgt voor voldoende ondersteuning tijdens het lezen van een tekst door bijvoorbeeld tutor-lezen, duo lezen, inzet van ICT (spraaksoftware)
  • Vat na het lezen de tekst nog een keer samen en geeft de leerling positieve feedback.
  • Zorgt dat de leerling niet onvoorbereid een leesbeurt krijgt.
  • Zorgt voor visuele ondersteuning bij de uitleg bv stappenplannen en schema’s.
  • Neemt toetsen bijvoorbeeld mondeling af.
  • Past het tempo aan bij overhoringen.
 
Schrijven: aandachtspunten voor de begeleiding:
De leerkracht:
  • Spreekt vooraf af of spellingfouten beoordeeld worden en zo ja, welke.
  • Zorgt voor het gebruik van hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een spellingkaart.
  • Laat i.p.v. de gehele zin bij het spellen enkel een woord opschrijven.
  • Laat de leerling m.b.v. een stappenplan zijn werk corrigeren.
  • Richt zich bij voorkeur op het aanleren van spellingsregels en strategieën i.p.v. het inprenten van woordbeelden.
  • Koppelt de leerling aan een maatje/ zet coöp. werkvormen in.
  • Breidt instructie en oefentijd uit aansluitend bij de inhoud van de taalmethode.
  • Past het tempo aan bij overhoringen.
 
Rekenen: aandachtspunten voor de begeleiding:
De leerkracht:
  • Biedt visuele ondersteuning bij de tafels, bijvoorbeeld door middel van een schema waarin de tafels systematisch zijn weergegeven.
  • Geeft de leerling een tafelkaart.
  • Stimuleert de leerling om tijden het rekenen tussenstapjes op te schrijven.
  • Laat de leerling niet hoofdrekenen zonder hulpmiddelen.
 
Toetsafname: aandachtspunten voor de begeleiding:
De leerkracht:
  • Neemt toetsen van de zaakvakken mondeling af.
  • Laat gebruik van schema’s en modellen voor spellingdidactiek en tafelkaart toe bij methodetoetsen.
  • Creëert extra afnametijd, in meerdere gedeeltes toets afnemen, vergroten van de teksten.
Voor de Cito LVS toetsen:
  • Voor alle toetsen muv technisch lezen geldt: extra afnametijd, in meerdere delen afnemen en vergroten van teksten van A4 naar A3.
  • Begrijpend lezen:
  •  gebruik van de gesproken versie bij de Cito toets begrijpend lezen.
Criteria:- Als in groep 3, 4, 5 of 6 op het moment van afname het beheersingsniveau op de AVI toets een half jaar achterligt.
           -Als in groep 6, 7 en 8 op het moment van afname het beheersingsniveau op de AVI toets lager ligt dan AVI E6. Het minimale niveau van functionele geletterdheid is namelijk E6 beheersingsniveau..
      - Spelling:
         In groep 4 en 5 kan ervoor gekozen worden om standaard, dus ongeacht de toetsscore op de start module, vervolgmodule 1 af te nemen ipv 2.
  •  Rekenen:
         Vanaf groep 5 mag ook de toets voorgelezen worden.
   
Bovengenoemde aanpassingen zijn bruikbare voorbeelden voor in de praktijk. Welke compenserende maatregelen bij leerlingen met dyslexie nodig zijn , hangt af van de problemen die de leerling heeft en zal vrijwel altijd in overleg met een dyslexiespecialist  (of IB-er) worden uitgezocht.
 
 
6.      Hulp in de klas
 
De hulp in de klas wordt gegeven door de groepsleerkracht. Alleen in overleg met de IB-er kunnen sommige onderdelen van het individuele handelingsplan c.q. subgroepsplan door een ander dan de groepsleerkracht worden begeleid.
 
Alle groepsleerkrachten van onze school hebben hun klassenorganisatie zodanig ingericht dat het geven van extra hulp mogelijk wordt gemaakt. Ook zijn zij in staat om de hulp op basis van een groepsplan zelfstandig te organiseren en uit te voeren (laag 1 in de lagen van de zorg).
 
De hulp in de vorm van extra instructie en begeleiding bij de inoefening kan  plaatsvinden  aan de instructietafel, met inzet van coöp. werkvormen, een tutor leerling of tijdens de stilleesles tijdens de leesgesprekjes die de leerkracht voert met individuele kinderen.. Daarnaast is er veel ruimte voor zelf lezen (stillezen) in de leesles met het doel om de lees vloeiendheid te bevorderen middels het maken van leeskilometers.
 
Iedere groepsleerkracht organiseert zijn rooster zodanig dat bovengenoemde aspecten plaats kunnen vinden. Hiertoe wordt door de groepsleerkracht een weekrooster opgesteld.
 
Bij dyslectische leerlingen gaat het dus om twee vormen van begeleiding binnen de directe verantwoordelijkheid van de school:
1.   De hulp in het kader van het versterken van het basisaanbod: laag 1. Bijvoorbeeld: vóórinstructie, verlengde instructie, herhaling, individuele instructie en oefening en andere speciale basisvoorzieningen.
2.   De speciale hulp in het kader van verdiept aanbod versus verdiept intensief aanbod die in het subgroepsplan versus individueel plan wordt uitgewerkt: laag 2 en 3.
 
 
7.      Het individuele handelingsplan c.q. subgroepsplan als aanvulling op de basisvoorzieningen, de rol van de ouders en in- of externe RT.
 
Het IHP c.q. subgroepsplan wordt opgesteld door de groepsleerkracht in samenspraak met de IB-er. Indien er diagnostisch onderzoek is gedaan door een externe instantie zullen de begeleidingssuggesties zoveel mogelijk meegenomen worden in het plan wat de school opstelt. Eén en ander moet wel af te stemmen  zijn op de methodiek en de aanpak op school.
Een IHP c.q. subgroepsplan veronderstelt dat er ook hulp wordt gegeven vanuit de basisvoorzieningen, c.q. het basisaanbod.
Het IHP c.q. subgroepsplan veronderstelt verder dat de groepsleerkracht de instructiemomenten en de momenten voor begeleide inoefening opneemt in het weekrooster.
Ook de ouders kunnen worden meegenomen in de taakverdeling vwb uitvoering van het plan.
Het IHP c.q. subgroepsplan wordt door de ouders voor gezien ondertekend. Tijdens dat gesprek wordt het plan geëvalueerd en afspraken gemaakt hoe de begeleiding wordt voortgezet.
 
 
Interne en externe leerhulp (RT)
Onze school heeft beperkte mogelijkheden voor hulp buiten de klas. Voor het lezen betekent dit dat kinderen die begeleidt worden d.m.v. de Connect en Ralfi methodiek deze hulp buiten de groep krijgen. Kinderen krijgen daardoor uitbreiding van leertijd (minimaal 1 uur per week) bovenop de basisaanpak. Bij de RT buiten de klas en RT buiten de school stelt onze school zich op het standpunt dat deze hulp altijd in het verlengde moet liggen voor hetgeen er op basis van het IHP c.q. subgroepsplan in de klas gebeurt. Wij zorgen voor een nauwe samenwerking en taakverdeling tussen de hulp binnen de klas en die daarbuiten. Als de ouders besluiten om particuliere RT of logopedie aan te vragen gaan wij als school ervan uit dat deze externe behandelaar met ons in overleg treedt en bereid is om samen te werken.
 
Onze school kan desgewenst aan de ouders namen doorgeven van zelfstandig gevestigde remedial teachers waarvan wij weten dat ze bevoegd zijn en bereid zijn om met de school samen te werken.
 
Wij ontraden de ouders ten zeerste om in zee te gaan met behandelaars die methoden hanteren die geen wetenschappelijke basis kennen
 
 
8.  Wanneer een extern onderzoek, wie betaalt voor een dyslexieverklaring?
 
Dyslexie en of lees- en spellingsproblemen komen in verschillende vormen en gradaties naar voren.
Voor het gemak maken we hiervoor even de volgende onderverdeling :
  1. Kinderen met lees- en spellingsproblemen: deze kinderen hebben moeite met het lezen en spellen zonder dat er sprake is van dyslexie.
  2. Kinderen met dyslexie; deze kinderen hebben lees- en of spellingsproblemen die zich op een bepaalde manier  uiten waardoor we kunnen spreken van dyslexie. Naast dyslexie kunnen er ook nog andere problemen aan de orde zijn zoals bv. gedragsproblemen .
  3. Kinderen met ernstige , enkelvoudige dyslexie: deze kinderen hebben ernstige lees-en  of spellingsproblemen maar hebben daarnaast geen andere bijkomende problemen zoals ADHD, autisme of een laag IQ.
 
Zoals al in het voorafgaande is aangegeven krijgen kinderen op de Odaschool zowel preventief als curatief de best mogelijke ondersteuning zoveel mogelijk afgestemd op de onderwijsbehoefte van het kind, of ze nu vallen onder 1, 2 of 3.
Dit gebeurt allereerst in de klassensituatie, onder leiding van de leerkracht , binnen het List lezen mbv Evidence Based methodieken.
Verder beschikken de IB-ers over voldoende eigentijdse kennis van dyslexie en de diagnostiek daarvan om aan de hand daarvan een goed Individueel handelingsplan op te stellen.
Eén van de IB-ers is dyslexiespecialist en mag daarmee oa ook diagnostisch onderzoek naar dyslexie doen. Bij zo’n intern onderzoek kunnen wij een (ernstig) vermoeden van dyslexie uitspreken en in een verslag vastleggen. Werkelijk dyslexie vaststellen en een dyslexieverklaring afgeven mag alleen door daarvoor gecertificeerde deskundigen.
 
Kinderen met dyslexie die vallen onder aspect 2 kunnen voor het Voortgezet Onderwijs een dyslexieverklaring nodig hebben ivm compensatie en hulp. Voor de basisschool heeft een dergelijke verklaring geen toegevoegde waarde.
Wij bespreken wel altijd tijdig met ouders (in groep 7 of 8)  of we een vermoeden hebben van dyslexie en of een extern dyslexieonderzoek met het oog op het verkrijgen van een dyslexieverklaring wenselijk is. Het onderzoek  en de bekostiging moeten ouders zelf regelen, school ondersteunt in het aanleveren van de gegevens en kan advies geven over diverse instanties voor onderzoek.
 
Kinderen met dyslexie die vallen onder aspect 3 hebben ernstige, enkelvoudige dyslexie en kunnen dus om die reden extra zorg krijgen vanuit de zorgverzekeraar. Deze zorg valt buiten de verantwoordelijkheid van de school. Wel zal er afgestemd worden met school maar de extra ondersteuning die het kind op school al kreeg zal er niet wezenlijk door veranderen. School blijft voor het onderwijsinhoudelijke deel op school haar regiefunctie behouden. Samen wordt wel bekeken “wat werkt voor dit kind”?
 
Wat houdt extra zorg bekostigt door de zorgverzekeraar precies in?
 
  • Het onderzoek naar dyslexie wordt vergoed door de zorgverzekeraar.
  • Als er sprake is van ernstige dyslexie wordt ook de behandeling vergoed.
  • De behandeling is één keer per week , één uur. Daarnaast moeten ouders elke dag met het kind een bepaalde tijd oefenen. (10 tot 20 minuten)
  • Als ouders ervoor kiezen om de behandeling door BCO (Venlo) te laten plaatsvinden dan kan deze op school onder schooltijd plaatsvinden. Het voordeel is dat als er zich iets voordoet tussendoor snel afstemming met school plaats kan vinden. “Zorg” en “onderwijs” blijven echter eigen, duidelijk onderscheiden verantwoordelijkheden hebben.
  • Een standaardbehandeling varieert van 40 tot 60 behandelingen.
Ouders kunnen  aanspraak maken op de vergoeding (regels januarie 2013) als:
  • Er op drie opeenvolgende meetmomenten voor de DMT een E-score gemeten is of op drie momenten een lage D score voor DMT én een E-score voor spellen ( een eventueel doublurejaar niet meegerekend)
  • De school aan kan tonen dat er een vermoeden is van ernstige dyslexie. Dus dat er ondanks extra zorg en specifieke hulp nauwelijks vooruitgang is geboekt. De school toont dit aan door een compleet leerling dossier aan te leveren wat aan bepaalde eisen moet voldoen. (http://www.steunpuntdyslexie.nl)
  • Er sprake is van enkelvoudige dyslexie.
De Odaschool hanteert strikt de bovenstaande normen en heeft deze overgenomen van BCO.BCO is een onderwijsadviesbureau wat onderzoek en begeleiding biedt bij dyslexie en is aangesloten bij de coöperatie ONL. Ze hebben het keurmerk Onderwijsadvies, zijn ISO gecertificeerd en Cedeo-erkend. Wij vinden het belangrijk om deze normen aan te houden opdat ouders later niet voor verrassingen komen te staan en de behandeling of het onderzoek alsnog zelf moeten bekostigen.
Het onderzoek vanuit BCO kan op school plaatsvinden. Als blijkt dat er inderdaad sprake is van ernstige dyslexie wordt dit besproken met ouders en school en zal ook de behandeling op school, onder schooltijd, plaatsvinden door BCO en ook onder verantwoordelijkheid van BCO. De inhoud bevat standaarden die door de zorgverzekeraar zijn opgesteld.
Voor meer informatie:
-BCO  Onderwijsadvies
Wylrehofweg 11, 5912 PM Venlo
077 3519284
-http://www.steunpuntdyslexie.nl
-http://onderwijszorgnederland.nl/dyslexie/
-Voor  veel gestelde vragen: http://www.tbraams.nl/nieuws/indes.php
                                                    Masterplan Dyslexie.
 
 
 
 
9. Professionalisering
 
Onze school wil het geven van extra hulp en remedial teaching in de klas bevorderen in het kader van Handelingsgericht werken. Daar is veel voor nodig. We zijn er niet met het formuleren van een zorgplan en een dyslexiebeleid. Er is voor het geven van gespecialiseerde hulp veel kennis, ervaring en materiaal nodig. Daarom proberen wij voortdurend het vakbekwaamheidsniveau van iedereen te vergroten en waar mogelijk te werken met specialisten op verschillende gebieden. In het kader van het personeelsbeleid is er een algemeen professionaliseringsbeleid geformuleerd. We kunnen een onderscheid maken tussen individuele en teamgerichte professionalisering.
Een voorbeeld van teamgerichte professionalisering in het kader van lezen / taal is  het List project. Alle teamleden krijgen scholing begeleidt door een externe deskundige om het leesproject te implementeren. De school zal aan het einde van dit traject een List certificaat ontvangen.
De leden van het MT en IB vertegenwoordigen de regiegroep binnen het List project en zorgen ervoor dat de implementatie en de borging daarna op een gedegen manier plaatsvindt.
Dit laatste is een vorm van individuele professionalisering.
Daarnaast is er op school een Master Sen dyslexiespecialist.(Els Venner tevens ook IB-er)
Individuele professionalisering in dit kader heeft plaatsgevonden
 

Bijlage 2
Leesbeelden overzicht.                                                             versie : juni 2012
Naam:  ……………………….                     Afgenomen door: ………………………..
Groep: ……………………….                     Datum: ……........................
 
Tekstlezen.
Norm stillezen:
Eind gr.4: 108
Eind gr.5: 145
Eind gr.6: 163
Eind gr.7: 178
Eind gr.8: 193
AVI Beheersingsniveau versie:……. …Tijd: ………..    Aantal fouten:…….
AVI Instructieniveau versie:  …………Tijd: ……… ..   Aantal fouten:…….
AVI Frustratieniveau versie:  …….......Tijd: ………...    Aantal fouten:……
Stilleestoets: gelezen  minuut 1:……minuut 2:….. minuut 3:….. gemiddeld: ………………………………………
Tekst stillezen gelezen: ja/nee
Aantal gelezen boeken: ……….(Norm: okt: 6  / jan:13 / mei: 24 / eind: 25)
Leesmotivatie:……………………………………………………………
Klemtoon en intonatie:
  • Monotoon.
  • Houdt geen rekening met leestekens.
  • Kan niet over de regel heen lezen (zin die doorgaat op de volgende regel).
  • Redelijke beklemtoning en intonatie, soms onlogische pauzes.
  • Leest overwegend in betekenisvolle woordgroepen.
  • Goede beklemtoning en intonatie: houdt rekening met leestekens.
Andere opmerkingen:
Ritme
  • Vele onderbrekingen, aarzelingen, haperingen, herhalingen, meerdere pogingen.
  • Af en toe een onderbreking door moeilijkheden met bepaalde woorden. Bv…...
  • Moeilijkheden worden snel opgelost, meestal door zelfcorrectie oiv de context.
  • Leest vloeiend.
Andere opmerkingen:
Tempo
  • Langzaam, moeizaam, worstelend, kijkt niet vooruit in een zin, wijst woord voor woord bij.
  • Aarzelt aan het begin van een nieuwe zin.
  • Spelt letter voor letter zonder/met synthese.
  • Spelt in letterclusters of klankgroepen. (bv. gr/oot of ge/lo/pen)
  • Wisselend leestempo
  • Tempo is te snel
  • Goed leestempo
Andere opmerkingen:
Nauwkeurigheid
  • Fouten passen wel/niet in de context.
  • Herstelt wel/geen fouten onder invloed van de context.
  • Maakt vooral fouten bij korte woorden: lidwoorden, voegwoorden, bijwoorden.
  • Maakt vooral fouten bij langere, woorden met een moeilijke orthografische structuur.
Andere opmerkingen:
Woordlezen. Niveau Cito:……………………………
DMT krt 1 aantal gelezen: …. ft…  krt 2 aantal gelezen. ……ft…… krt 3 aantal gelezen:……. ft…….
(Ruwe score (r.sc) is het aantal gelezen woorden minus het aantal fouten)
Kwalitatief
  • Spelt letter voor letter.
  • Spelt in letterclusters of klankgroepen.
  • Leerling leest te radend: (d(g)f: aantal gelezen woorden > 15%)
Leerling leest te spellend: ( s(f)g: ruwe score > 33%)
 
 
Laatste TWEETS